Lévi Weemoedt

Lévi Weemoedt is het pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk (1948).

Circus Horlepiep
Lullopertje

Circus Horlepiep


Lévi Weemoedt - Circus Horlepiep

Bezitter van het zwartste hart
En drager van de teerste longen,
Word ik den volke opgedrongen
Op kermissen en paardenmarkt.

De mensheid huivert bij mijn blik:
De roestlaag op mijn beide wangen,
De afgrond in mijn doodsgezangen:
Wie overleeft mijn: 'Laatste snik'?

Hoog op mijn schouders zit een aap,
Die zo aangrijpend droef kan wenen
Dat boeren wank'len op hun benen,
Slechts geroerd door biet en raap.

Mijn beer staat moe-melancholiek,
Danst zo plezierloos op zijn voeten,
Dat velen het schouwspel haastig groeten.
Wie blijft is voor zijn leven ziek.

Die ligt te kwijnen in zijn bed:
Kan jarenlang de slaap niet vatten
En moet zich ied're dag bezatten
Om 't beeld dat zich heeft vastgezet.

De witte hond met centenbak
Heeft in zijn blaf zo' n doodsverlangen
Dat menigeen zich heeft verhangen
Nog zonder dat hij één woord sprak.

Des avonds in de kleine wagen
Als hond en beer ter ruste gaan,
Houd ik niet op de aap te vragen:
'Waar danken wij dit alles aan?'

'Waar is het meisje wel gebleven,
Dat zong en danste voor de troep?'
En als ik dan vraag naar de zin van 't leven,
Dan krijst de aap een schrille roep.

uit: Geduldig lijden, 1977

Het gedicht 'Circus Horlepiep'

Lullopertje


Lévi Weemoedt - Lullopertje

'k Was ied're wedstrijd weer de droefste van het veld
en liep neerslachtig wat van achteren naar voren.
Er was geen grasspriet of ik had hem al geteld,
en 'k wist bij god niet of we wonnen of verloren.

Alleen bij toeval raakte 'k in het spel betrokken:
soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;
ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.

Daar gaf 'k wanhopig zo een drieste draaibal voor
(die met een laatste zucht in 't struikgewas bleef hangen)
dat ied'reen weghinkte, zich kermend liet vervangen.
Ook van de tegenstander bleek ineens geen spoor.

Dan blies de scheidsrechter met zo veel doodsverlangen
de wedstrijd af. Alleen mijn tranen speelden door

uit: Geen bloemen, 1978